Vorige week had ik een boeiend gesprek met de Christendemocratische Studenten - CDS over de uitdagingen waar we als christendemocraten voor staan, over de verjonging binnen CD&V en over kernthema's van de partij.

Waarom beschouwt u zichzelf als een christendemocraat?

De christendemocratie biedt hoofdzakelijk een belangrijke basis is om de samenleving te oriënteren op de maat van de mens. Daar geloof ik sterk in. Voor christendemocraten telt elke mens en is die relevant met zijn eigen identiteit en capaciteit, maar ook in zijn relatie tot anderen. Dat noemen we het personalisme. We bouwen de samenleving op rond de menselijke persoon, die zelf veel kracht heeft, maar ook in relatie staat met anderen. Dat is voor mij de basis.

Dat mensbeeld leidt automatisch tot een bepaalde samenleving waar christendemocraten voor staan. Voor ons moet de overheid niet alles zelf oplossen, maar de ruimte geven aan mensen om dat met hun talenten en capaciteiten zelf te doen. Samen. We zouden moeten stimuleren dat mensen zorg dragen voor elkaar.

Daarnaast is ook de solidariteit met het verleden, het heden en de toekomst belangrijk in een christendemocratie traditie. We denken na hoe we de samenleving overdragen aan de volgende generaties. Dat heet rentmeesterschap. Dat klinkt natuurlijk niet sexy, maar als men spreekt over duurzaamheid en zorg voor de planeet, is dat eigenlijk rentmeesterschap.

Welke auteurs raadt u aan om te lezen als jonge christendemocraat?

De Franse filosoof Levinas schrijft interessante dingen die ik associeer met de christendemocratie. Het gaat dan voornamelijk over ‘la petite bonté’, de kleine goedheid. Maar ook christendemocraten van onze eigen partij hebben heel interessante boeken gelezen. Dan denk ik onder andere aan Wouter Beke, Herman Van Rompuy en Luc Martens.

Vaak wordt de christendemocratie verward met het conservatisme. Waar zit het verschil?

Ik begrijp de verwarring. De christendemocratie zit namelijk vervat in het conservatisme, dat moeten we niet ontkennen. De christendemocratie voegt echter een sociale dimensie toe aan het conservatisme. Het ‘Rerum Novarum’ is voor ons een antwoord op de socio-economische zwakkere positie van een aantal mensen in de samenleving. Als christendemocraten nemen het ook voor die mensen op.

U heeft het vaak over de christendemocratie als een synthese van drie stromen, namelijk het sociale, het ondernemerschap en het duurzame. Wat bedoelt u daar precies mee?

De drie stromen waar ik het over heb, vormen elk afzonderlijk de grondstroom van socialisten, liberalen en ecologisten. De christendemocratie maakt daar één coherent verhaal van. Het ene gaat niet ten koste van het andere. Maar we gaan ook verder dan dat. Zo gaan voor mij duurzaamheid en ethiek hand in hand, dat is één geheel. Het ethische debat is veel breder dan abortus en euthanasie alleen, maar gaat ook over je omgaat met de natuur en de leefomgeving in de samenleving.

Uit electoraal onderzoek blijkt dat CD&V niet meer geassocieerd wordt met bepaalde kernthema’s. Wat zijn voor u die kernthema’s?

De synthese tussen het sociale, het economische en het duurzame is in de huidige communicatiemaatschappij moeilijker over te brengen is, dat is waar. Binnen die drie stromen moeten we dan ook echt thema’s gaan claimen.

Welke zijn dat dan voor u?

Binnen het sociale is dat de zorg. Onze partij staat voor zorg voor jeugd en voor ouderen. Dat hebben we altijd al gehad, want vanuit de christelijke traditie zetten we al heel lang in op onderwijs (zorg voor jeugd) en gezondheidszorg. Het electoraal onderzoek van Stefaan Walgrave toont ook aan dat dat thema nog altijd aan ons kleeft.

Wat minder aan ons kleeft, is het ondernemerschap. Daarvoor hebben we ons nabijheidsverhaal, #dichtbijjou. Voor ons hebben ondernemingen ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid tegenover hun buurt. Gigantische ondernemingen met eigenaars en aandeelhouders in andere landen, voelen die verantwoordelijkheid veel minder. Dat moet gecorrigeerd worden. Momenteel zijn het de kleinere ondernemingen die niet alleen een economische return geven aan de samenleving, maar ook belangrijk zijn voor het sociale weefsel. Concreet uit zich dat dan bijvoorbeeld in het betrekken van werknemers en lokale aandeelhouders, of korte ketens in de landbouw.

Ten slotte ook het ethisch duurzame. Je kan niet selectief een ethische reflex hebben als partij, zoals Vlaams Belang die tegen abortus zijn, maar voor de doodstraf. Dat is absurd. We komen op voor het ongeboren leven, maar ook voor het iets oudere leven. Daarnaast zijn er ook de mensen die wat verdwaald zijn, op zoek naar zichzelf. Ook die mensen willen wij helpen als christendemocraten.

Doelt u dan op het mentale welzijn?

Ja, dat zit volledig mee in ons verhaal. Mensen worden niet gelukkig van alleen maar geld, maar zoeken ook zingeving. Ze willen niet alleen materiële waarde hebben, maar ook waarde geven aan hun eigen leven. Vaak vinden ze die in relatie met anderen. Wanneer dat lukt, kan je veel psychische problemen vermijden, want dan zit je goed in je vel en heb je het gevoel dat je er toe doet. Genoeg tijd om banden en relaties op te bouwen met de mensen rondom jezelf, is dus belangrijk. Daarom hebben ook bijzondere aandacht voor de combinatie werk-gezin. Zo vermijden we ook fenomenen als burn-outs.

Blij dat te horen. In uw stuk over ‘10 lessen voor de toekomst’ spreekt u over glokalisering. Wat bedoelt u daarmee en op welke problemen biedt dat concept een antwoord?

‘Glokalisering’ is in feite een antwoord op de problemen die de globalisering met zich meebrengt. Die globalisering is een feit en dat ga je niet terugschroeven, maar er zijn wel correcties nodig. Die globale wereld is namelijk niet voor iedereen behapbaar. Niet iedereen kan in een ander land aan de slag als ze geen werk vinden, dat gaat enkel voor een hogere klasse. Veel mensen zijn bang dat de taal en de cultuur in de buurt verandert, dat ze geen werk meer vinden in hun omgeving. Hun omgeving is belangrijk, dat moet vertrouwd voelen. Die correctie willen wij doorvoeren. We moeten niet alles willen opschalen, want er zijn ook schaalnadelen en die worden te weinig benoemd. Je merkt die opschaling enorm bij ziekenhuizen bijvoorbeeld, maar veel mensen voelen zich daar niet thuis. Een enorme transitie als de globalisering  is enkel haalbaar als het geleidelijk gebeurt en op een begeleide manier, zodat er geen mensen uit de boot vallen.

Dan neem ik aan dat u zich wel kan vinden in het boek ‘Gigantisme’ van Geert Noels?

Dat is wel mijn ding ja. De internetgiganten als Facebook, Google en Bol.com vormen een probleem van participatie in belastingen en bijdragen aan onze samenleving. Bedrijven als Netflix betalen amper vennootschapsbelasting op de omzet die ze hier realiseren, terwijl lokale groentelers hier bijna 30 procent belastingen betalen. Dat is niet eerlijk. De giganten moeten op eerlijke manier bijdragen en zo hun steentje bijdragen aan de samenleving waarin ze hun omzet draaien.

Moet zoiets niet vanuit Europa komen? Anders verplaatsen bedrijven toch gewoon hun zetel naar een land waar ze minder moeten betalen, als je ze financieel responsabiliseert?

Niet als je een systeem invoert zoals de digitax in Oostenrijk en Hongarije. Die digitax belast de omzet die gerealiseerd wordt op hun grondgebied. Maar  internationale afspraken daarrond zouden uiteraard helpen. Giganten zijn nu al krachtiger dan staten. Google is in omzet belangrijker dan België of Frankrijk. Logisch dat ze dan ook wat moeten bijdragen, toch?

Om even terug te komen op die ‘glokalisering’ en het #dichtbijjou verhaal. Past u die concepten ook toe op het communautaire thema?

Ja, want herkenbaarheid van taal en cultuur is erg belangrijk. Die zaken zijn gebonden aan de gemeenschap waaruit je komt. Daar is nu eenmaal een verschil tussen een Vlaming en een Waal. De persoonsgebonden materies zouden dan ook logischerwijs bij de gemeenschappen moeten liggen, dan denk ik bijvoorbeeld aan de gezondheidszorg. Dat wilt trouwens niet zeggen dat er geen gemeenschap kan zijn zoals België of Europa met verscheidenheid aan taal en cultuur, als een strategische alliantie.

Dus meer bevoegdheden voor de gemeenschappen?

Absoluut. CD&V streeft al decennia voor extra bevoegdheden voor de gemeenschappen. Ik vertrek in het denken vanuit de lokale gemeenschap, dan het Vlaamse niveau en dan het Europese niveau. België en provincies blijven bestaan, maar moeten gedragen worden door het niveau daaronder, dus België door de gemeenschappen en de provincies door de steden en gemeenten. Er moet nagedacht worden wat de gemeenschappen nog samen willen doen binnen een Belgische context. Zij vormen voor mij de motor voor een sterk land.

Betekent dat dat de residuaire bevoegdheden bij de deelstaten zouden moeten liggen?

Ja. Dat betekent het activeren van artikel 35 van de Grondwet. Zo ontstaat ook een veel efficiëntere overheid. Uiteindelijk kan er zelfs in de twee richtingen gedacht worden. Als er iets echt moeilijker wordt gemaakt door het op gemeenschapsniveau te organiseren, kan het misschien beter op federaal niveau of zelfs Europees worden uitgeoefend, bijvoorbeeld voor het klimaat. Maar we moeten uit de kracht van de gemeenschappen vertrekken en zo het principe van de subsidiariteit toepassen.

Wat met de provincies?

Dat is een delicaat onderwerp binnen de partij. Voor mij kunnen de provincies wel degelijk nuttig zijn, als coördinatieniveau voor steden en gemeenten, maar dus niet als een zelfgenererend niveau. Inzake dat coördinatieniveau denk ik bijvoorbeeld aan een provinciale instantie voor kusttoerisme West-Vlaanderen of voor waterlopen die de stadsgrenzen overschrijden.

Een van de meest urgente problemen van de komende decennia, zal het klimaat zijn. Op welke manier kan de christendemocratie haar gedachtegoed volgens u vertalen naar een uitgesproken visie op klimaat en milieu?

Het klimaat past binnen onze ethische duurzaamheidspeiler, waarover ik daarnet sprak. Christendemocraten behandelen de planeet op een duurzame manier, zodat die ook leefbaar is voor volgende generaties. Ook dat is onderdeel van ons #dichtbijjou verhaal, want als christendemocraten vinden we dat er ook in de omgeving van mensen zelf een transitie moet gebeuren naar een duurzamere leefomgeving. Mobiliteit en zorg voor milieu zijn daarin erg belangrijk. Concreet gaat dat dan over de aanleg van veilige fietspaden, maar ook over de verwerking van afval en de isolatie van woningen. Grote theoretische beschouwingen zijn belangrijk, maar zeker ook wat we concreet in onze omgeving kunnen doen. Buurtwinkels en cyclische productieketens zijn andere voorbeelden daarvan. De bedoeling is om de nabije leefwereld van mensen in hun gemeenschap duurzamer maken. #Dichtbijou, dus.

CD&V scoort vooral bij de oudere generatie. Op welke manier wilt u met CD&V opnieuw terrein winnen bij jongere mensen?

Dat is inderdaad een uitdaging. Ik denk dat we moeten inzetten op de jongeren zelf, hen zelf in beeld laten komen. We hebben ook de minister van Jeugd geclaimd in de Vlaamse regering, Benjamin Dalle. Op die manier hebben we een sterk contact met onder andere jeugdverenigingen. Ik wil dus kansen geven aan jonge uithangborden en daarnaast inzetten op thema’s waar jongeren van wakker liggen, zoals het klimaat en mentaal welzijn.

Dat lijkt me een goed idee. Bedankt voor het interessante gesprek!

Vorige week had ik een boeiend gesprek met de Christendemocratische Studenten - CDS over de uitdagingen waar we als...

Geplaatst door Joachim Coens op Dinsdag 13 oktober 2020

Welkom bij CD&V. Onze websites maken gebruik van cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren. Lees onze Cookies Policy voor meer informatie. Ons cookiebeleid en deze voorkeuren gelden voor alle CD&V-websites. Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met de geselecteerde cookies.