2021 moet het jaar worden waarin CD&V zichzelf heruitvindt. Een gesprek met partijvoorzitter Joachim Coens over de toekomst van zijn partij, het geflirt van N-VA en het gedeukte imago van Wouter Beke.

De fris geschoren Joachim Coens (54) ziet er zichtbaar ontspannen uit. Nochtans liep de afgelopen maanden weinig zoals gepland. In december 2019 volgde hij Wouter Beke op als voorzitter van CD&V, maar zijn eerste jaar werd doorkruist door een aanslepende regeringsvorming en een coronacrisis die zijn moeilijke taak er niet makkelijker op maakte.

“Als je verandert van job wil je mensen ontmoeten. Al die afdelingen (wijst naar een kaart met oranje vlekken waar CD&V mee in het bestuur zit), daar wilde ik met de mensen gaan praten, de hartslag van de samenleving mee terugnemen naar de politiek. Maar dat moet nu allemaal digitaal. Dat is jammer, want het was juist de bedoeling om de brug te bouwen tussen de politiek en de mensen.”

Hoe dichtbij is de coronacrisis voor u persoonlijk gekomen?

“Erg dichtbij. Een vriend van mij heeft maanden in coma gelegen en is dan gestorven.”

Dat zet de zaken in perspectief.
 

“Uiteraard. Deze crisis heeft het belang van gezondheid en van verbondenheid met mensen duidelijk gemaakt. Het virus heeft veel sociaal weefsel ontrafeld. Het verenigingsleven staat onder druk. Veel zaken zullen sneuvelen. Maar ten gronde is de mens een sociaal wezen. Ik geloof in de wederopstanding der dingen. Waarschijnlijk zal dat op een andere manier verlopen, en misschien is dat ook beter. Want er waren ook economische activiteiten die op het randje van levensvatbaar waren. Die moeten we niet per se redden. Maar hoe raar het ook klinkt en hoe erg deze crisis ook is, we zullen er ook positieve zaken aan overhouden. Bijvoorbeeld afscheidsvieringen. Via een link kan je die nu online volgen. Binnenkort kunnen we hopelijk opnieuw naar de kerk gaan, maar er zullen altijd mensen zijn die er niet kunnen zijn, die ziek te bed liggen of slecht ter been zijn.”

Ook de CD&V was na de verkiezingsnederlaag in 2019 toe aan een wederopstanding. Intern lag uw partij op apegapen.

“Het vertrouwen met de basis moest worden hersteld. Dat is een werk van lange adem. Soms hebben we te weinig geloof in ons eigen kunnen. Dat heeft te maken met de inhoud, maar ook met de dragers van de boodschap. Dat we met Annelies Verlinden, Vincent Van Peteghem en Sammy Mahdi nu drie mensen in de federale regering hebben die uit onze jongerenafdeling komen, is een belangrijk signaal naar de mensen die in onze partij actief zijn. Je kan er geraken.”

Naar buiten toe worstelt CD&V ook nog altijd met een wazig imago.

“Het probleem is dat we als partij veel te veel zijn bezig geweest met het uitoefenen van de macht. En niet meer met waarom we die macht willen uitoefenen.”

U gaat ons niet zeggen dat macht u niet interesseert.
 

Ik ben eigenlijk een anarchist (lacht luid). Als Vlamingen zijn we dat toch allemaal een beetje? Maar neem dat nu niet letterlijk. Wat ik bedoel is dat die P-plaat, die positie, al dat ornament, mij totaal niet interesseert. Ik wil dat de samenleving goed in elkaar zit. Dat de zorgen van de mensen gehoord worden. Vooral voor de volgende generaties. Als christendemocraten leven we niet louter op vandaag. We schrijven ons in een traditie in. Met respect voor het verleden, de normen en waarden die mijn ouders en grootouders mij hebben bijgebracht, maar evenzeer met het oog op de toekomst. Ik wil beslissingen kunnen nemen, mijn ogen opnieuw kunnen opendoen in 2050 en zien dat mijn kinderen en kleinkinderen nog een planeet hebben die in orde is, waarin de lucht zuiver is en het niet alleen maar beton en auto’s zijn. Ik leef niet voor het hic et nunc. Ik vind dat een fundamentele attitude in het leven. Met de dood voor ogen leven is belangrijk. Als je nooit nadenkt over het feit dat je morgen kunt verdwijnen, leef je anders.”

In uw Kerstmanifest schreef u dat CD&V opnieuw de partij van de gewone man moet worden. Wil niet elke partij dat?

“We geloven in de menselijke schaal. We hebben als christendemocraten te lang meegelopen in de globale gedachte van opschaling. Alles moest altijd maar groter en anoniemer. Nee, mensen willen samen zijn met hun familie, willen connectie met elkaar. We staan er veel te weinig bij stil dat we grote groepen in deze samenleving niet meer mee hebben, dat er een grote mate van vervreemding optreedt. Mensen voelen hun greep verdwijnen omdat alles zo snel verandert. Plots moeten ze van hun bank met een app werken, terwijl ze niet weten hoe dat moet. Ze wonen in een buurt waar ineens iedereen anders is en een andere taal spreekt. Dat is een reëel probleem. De snelheid waarmee dingen veranderen moeten we opnieuw op mensenschaal brengen. Niet omdat we tegen de globale wereld te zijn, dat kunnen we niet veranderen. Wel om de mensen opnieuw vertrouwdheid te geven.”

Uw partij kijkt al lang uit naar een congres om die zaken op scherp te stellen.

“We gaan dit jaar twee congressen organiseren. Een eerste in juni, een tweede in december. Op het eerste zullen de tien hoofdstukken uit mijn Kerstmanifest worden uitgewerkt. In december volgt een groot congres waar voor elk hoofdstuk een actieplan wordt uitgewerkt met concrete maatregelen. Tegelijk maken we er in juni ook een statutair congres van. Wie lid wil worden van CD&V, moet het congres van geloof, hoop en toekomst van 1986 in Oostende onderschrijven. Toen waren we een andere partij dan vandaag. Ons congres dat de regeringsdeelname vorig jaar goedkeurde, verliep grotendeels digitaal, maar volgens de statuten mag dat eigenlijk niet. Dat moeten we regelen. Er komt ook meer democratie in onze partij. De partijraad en het partijbestuur zullen worden verkozen. De lokale mensen zullen opgestuwd worden naar onze nationale organen. Maar ook niet-leden zullen worden betrokken, geregistreerde kiezers die geen lid willen zijn, maar wel willen meedenken.”

Verandert CD&V ook van naam, zoals de sp.a Vooruit wil worden?

“Ik had gedacht aan Samen, dan kunnen we Samen Vooruit (lacht). Nee, een nieuwe naam is geen prioriteit. De naam van onze partij is ook niet het issue. Wel het scherpstellen van de boodschap.”

CD&V heeft een ouder kiespubliek. Vreest u niet dat uw partij op termijn zal verdwijnen?

“Dat denk ik niet. Hoe het partijlandschap zal evolueren weet ik niet, maar ik ben er wel van overtuigd dat onze boodschap meer dan ooit een voedingsbodem heeft. Er zijn meer christendemocraten dan dat er vandaag mensen voor ons stemmen. Het probleem is dat door sociale media de politiek meer dan ooit een steekvlamgebeuren is. Mensen denken vandaag zus en morgen zo. De ene dag moet alles dicht omwille van het virus en de volgende is het allemaal te streng. Als we zo verdergaan (maakt een zwiepend geluid) worden we zeeziek.”

N-VA-voorzitter Bart De Wever opperde vorig weekend opnieuw het idee om aan frontvorming te doen in een grote centrumrechtse partij. Er wordt al langer gesproken van een nieuw kartel tussen N-VA en CD&V.

“Ik vond het merkwaardig dat De Wever naar het CSU in Beieren verwees. De Christlich-Soziale Union is een christendemocratische partij. Blijkbaar nemen Vlaams-nationalisten daar een voorbeeld aan. Maar ik versta de tactiek achter zijn voorstel wel.”

En die is?

“Ofwel ga je Vlaams Belang achterna ofwel steun je de good old christendemocratie in Vlaanderen. He’s welcome.”

Het is wel omgekeerd, N-VA wil u opeten.

“N-VA is op dit moment groter, dat klopt. Maar ik denk niet dat kartels vandaag aan de orde zijn. Het eerste punt van hun statuten is de oprichting van een republiek Vlaanderen. Daar gaan wij niet voor.”

De Wever maakt wel dezelfde analyse als u: mensen zijn het vertrouwen in de politiek kwijt. Volgens hem door de stilstand die veroorzaakt wordt door politieke versnippering.

“Dat het te lang duurt, is de analyse van heel de politiek. Maar er zijn in ons land nu eenmaal Vlaamse en Franstalige partijen. In Nederland komen er bij de verkiezingen 37 partijen op, daar is het nog veel erger, en daar heb je niet eens de federale verdeling. Het punt is vooral dat partijen elkaar moeten vinden. Wat heb je aan drie grote partijen die niet door één deur kunnen? Als er één partij is die bruggen kan slaan, ook naar de Franstaligen, dan zijn wij het wel.”

Juist, want zo bent u ook opnieuw in de federale regering beland. Toen we u een jaar geleden spraken, zei u nog dat CD&V niet opnieuw depanneur wilde spelen.
 

“We zijn in de federale regering gestapt omdat ons economisch verhaal werd verdergezet, met een belangrijke sociale correctie. Met de herinneringen aan Verhofstadt en zijn paars-groene regering hadden we wat schrik om in de gracht gereden te worden op een aantal andere thema’s, zoals het ethische. Als het dezelfde atmosfeer was geworden als toen, hadden we in deze regering niks te zoeken. Maar dat was niet zo, de andere partijen wilden ons respecteren.”

Op Vlaams niveau moet uw partij incasseren. Wouter Beke krijgt de zwarte piet toegeschoven voor het fiasco in de rusthuizen en de contacttracing.

“Wouter heeft een enorm verantwoordelijkheidsbesef. Hij wil de zaken aanpakken en beheersen, misschien soms zelfs té, meer dan dat hij met zijn communicatie bezig is. Ik voel dat ook aan. Dat is zijn persoonlijke aard. Hij wil alles in orde hebben, maar uiteindelijk zijn er al drie anderen die gecommuniceerd hebben. Daardoor zit hij altijd in de verdediging, terwijl dat niet moet. Want hij is echt wel gedreven om het goed te doen. Kijk naar de vaccinatiecentra. Je kan daar veel over zeggen, maar ze staan wel klaar. Misschien moeten we Wouter ook nog vragen om de vaccins zelf te maken?”

Vindt u dat hij fouten heeft gemaakt?

“Wanneer is iets een fout? Ik denk zeker niet dat hij een persoonlijke fout heeft gemaakt die hem kan aangewreven worden. Zijn communicatie kan misschien proactiever, maar dat is een manier van doen.”

Een ontslag was voor u dus niet aan de orde?

“Absoluut niet. Dat virus was er opeens. Je moet dat op dat moment beheersen. Achteraf moet je procesmatig bekijken wat er moet verbeteren. Dat is ook gebeurd in de commissie in het Vlaams Parlement. Het is anders moest hij een persoonlijke fout hebben gemaakt, maar ik denk niet dat dit het geval is.”

In de federale regering heeft u met Annelies Verlinden wel succesvol een nieuwe pion gelanceerd.

“Het was een gok. Je weet niet hoe iemand die in het water wordt geworpen het gaat doen, maar ik kende Annelies wel als een verstandige dame. Ik heb nooit getwijfeld dat ze het kon. Ze komt ook uit onze rangen, ze is ondervoorzitster geweest van Jong CD&V. Erna heb ik haar in de haven (Coens was havenbaas in Zeebrugge, red.) een paar keer ontmoet als advocate. Toen ik terugkeerde van de haven naar de politiek, begon ze mee te denken en heb ik haar gevraagd of ze interesse had. Met Annelies hebben we in Antwerpen opnieuw een sterke figuur.”

Als minister is ze verantwoordelijk voor de politie. Die pakte afgelopen week enkele kinderen op omdat ze de coronamaatregelen niet respecteerden. Vindt u niet dat de slinger te ver is doorgeslagen?

“Ik ken de details niet, maar tieners een nacht in de gevangenis opsluiten omdat ze samen zitten lijkt me niet echt in proportie. We moeten het gezond verstand laten terugkeren. Die tieners zitten ook niet in de gevarenzone van het sterven. Te lang hebben we onvoldoende aandacht gehad voor de jongeren in deze crisis. We knippen hun vleugels af tijdens een cruciale fase in hun leven, op het moment dat ze willen uitvliegen. Voor iemand van 85 of 54 jaar is dit een jaar uit het leven. Maar voor 18 of 19-jarigen is het een cruciale periode die niet meer terugkomt.”

Als er volgende week wordt versoepeld, wat moet voor u dan de prioriteit zijn? De avondklok afschaffen?

“Een avondklok creëert een oorlogssfeer. Dat is niet iets wat ik graag heb. Minister Verlinden heeft daar ook gemengde gevoelens bij. Maar het ontbreken van sociale contacten vind ik erger dan de avondklok. Het mentale welzijn van mensen moet vooropstaan bij versoepelingen. We moeten bekijken hoe we opnieuw meer contacten kunnen toelaten. De lente komt eraan, dat kan ook voor onze bubbels en voor de horeca perspectief geven. Ik hoor de virologen zeggen dat activiteiten in de buitenlucht heel andere mogelijkheden bieden dan binnen. Laat ons daar dan naar handelen.”